Het grind knarst. Een kus op mijn wang. Hein junior vlijt zich naast mij.
Tikt op mijn knie. ‘Er lag nog rijp op de wei vanmorgen, pap.’
‘Ik zag het, jongen. Toch hebben we alweer pulletjes in de wetering.’
‘Hoe doet Heintje ‘t?’
‘Hij leest de stripjes in de krant al.’
Gekeuvel.
Een tureluur splijt de hemel. De stoere oude eik ruist.
Geur van cake dwarrelt om ons heen. ‘Die mama toch.’
Weg is ‘ie. Connie knuffelen.
In de voormalige koeienstal wacht onze holografische opera. Hij maakt de beelden, ik de muziek.
Tijd genoeg.
Bij boer Jacobs loeit een koe.
Hein Bijvoet